INTERVIEW
We hoorden op de radio dat de oorlog was begonnen.
We zijn ook gevlucht van het moment dat we hoorden dat de oorlog was begonnen. We zijn we naar het bos gevlucht en hebben daar een nacht geslapen. Daarna zijn we naar een boer gegaan en we hebben daar in de stal een week overnacht. Mijn vader ging overdag naar ons huis daar we er een bedrijf hadden. We hadden een maalderij. Na die week zijn we terug naar ons vertrouwde huisje gegaan.
Vraag 2. Moesten jullie in de oorlog naar school?
Ja wij moesten nog naar school. Ik ging naar de naaischool, deze was op het Kasteel van Westerlo. Niemand had bijna een fiets, dus gingen we met de tram naar Westerlo en dan nog een eindje stappen maar dat was niet ver.
Vraag 3. Waren er nog winkels open en wanneer gingen ze open?
Waren alle producten er nog, was alles dus nog verkrijgbaar?
Er waren winkels open die nog producten hadden, maar de meeste winkels waren leeggeplunderd. Er waren ook niet echt openingsuren voor de winkels. Iedereen ging hamsteren.
Maar we hadden genoeg eten, want we hadden kippen voor de eitjes en we hadden genoeg bloem voor brood te bakken. We hadden ook een tuintje voor groenten. Iedereen kreeg ook bonnetjes van de soldaten om eten te kopen.
Vraag 4. Mocht je ‘s avonds nog naar buiten?
Nee niet echt, we mochten niet naar buiten maar als je wel naar buiten ging dan was dat op eigen risico. Je had dan kans om opgepakt te worden. De jongens vanaf 18 jaar werden ook opgepakt en die werden meegepakt naar Duitsland naar de kampen.
Er waren geen banken maar er waren wel spaarkassen. Niet iedereen had geld en diegene die geld hadden moesten alles afgeven aan de Duitsers.
Vraag 6. Heb je zelf als gewone burger veel van de oorlog gemerkt?
Ja eigenlijk wel. De soldaten liepen overal en er reden tanks door het dorp. We hadden ook veel schade vooral door de vliegende bommen, daar springen de ramen gewoon van. Er was ook een huis heel dicht bij ons gebombardeerd.
Vraag 7. Gingen jij of je ouders werken?
Ik ging nog naar school en mijn ouders hadden een eigen bedrijf, een maalderij vandaar hadden we zoveel bloem voor brood te maken.
Vraag 8. Hadden jullie nog vaste gewoonten, structuur? ( opstaan om een bepaald uur, …)
Ja, want ik moest naar school zoals altijd en op zondag moesten we 2 keer naar de kerk.
Vraag 9. Heb jij soldaten gezien?
Ja, heel veel zelfs. Ze kwamen bij mensen in de huizen en in de tuinen enzovoort.
Vraag 10. Heb jij nog spullen van onder de oorlog?
Neen dat heb ik niet echt niet meer. We hadden eigenlijk niks, zelfs geen speelgoed. We speelden vroeger enkel met blikken of kartonnen dozen enzovoort.
Vraag 11. Was er een tv en zo ja mocht je er naar kijken?
Er bestonden toen nog geen tv’s alleen radio’s. Maar met de komst van de soldaten moest iedereen alles afgeven, ook de radio’s. Wij hadden onze radio verstopt, dus iedereen kwam bij ons naar de radio luisteren.
Vraag 12. Had je hobby’s en zo ja mocht je die gaan doen?
Er bestonden nog geen hobby’s. Niet iedereen had zelfs een fiets. Er bestonden zelfs nog geen tennisraketten enzo.
Vraag 13. Had je huisdieren en welke?
Ja we hadden wel een paar kippen en ook een hond en een kat.
De hand werd ook gebruikt om de kar voort te trekken.
Vraag 14. Kende jij iemand die in de oorlog meedeed?
Ik had 3 broers. De oudste van het gezin moest niet meedoen. Maar iedere jongen van boven de 18 jaar werd opgepakt en moest mee vechten. Dus 1 van mijn broers was opgepakt. Mijn ander broer had zich verstopt, dus hij was voortvluchtig. Zolang men hem niet gevonden had moest hij niet mee vechten.
Vraag 15. Heb je tanks gezien?
Ja heel veel. We hadden een druk dorp daar die allemaal doorreden. Er reden in die tijd nog niet veel auto’s. Enkel de rijke mensen hadden een auto.
Vraag 16. Mochten jullie uitgaan?
Ja, op zondag gingen we vaak naar de cinema. Er waren ook soms nog kermissen, maar niet zo veel meer. Niemand had nog geld om daar naartoe te gaan en wat ook belangrijk was de jongens waren er niet meer want die vochten in de oorlog mee.
Vraag 17. Hoe wist je dat de oorlog gedaan was?
We hoorden op de radio dat de Engelsen er aankwamen en dat was pas goed nieuws. De Engelsen brachten ook goede dingen mee.
Vraag 18. Bijzaken.
De Duitsers stalen de klokken uit de kerktoren om er wapens en kogels van te maken.
Bij ons in het dorp hadden ze de klokken verstopt. En de plaats waar die toen verstopt werden, noemen ze nu nog de ‘KLOKKENPUTTEN’.






Geen opmerkingen:
Een reactie posten